In zwart Nazareth

 Een man komt aan op het station in een kleine stad. In de tijd dat men nog per trein naar een provinciestad reisde 'voor zaken' en daar zijn intrek nam in het eerste het beste logement.

 Dat is wat tekenaar Marcel van Eeden hem laat doen in zijn beeldverhaal Circus Henny, nu te zien in het Stedelijk Museum van Schiedam. En dan eten. In een stad waar een circus in aantocht is.

 Marcel daalt in het verleden af zoals in al zijn werk, als in een onderwereld. Je wilt erin, legt hij op de begeleidende video uit, maar dat kan niet. Al komt hij met zijn tekeningen gebaseerd op oude foto's heel ver, dat verleden, er in kun je nooit. 

 Hij probeert het te ontsluiten met verhalen. Die hij eerst tekent en waar hij dan teksten bij vindt, uit literatuur van toen. Zoals nu uit Marsmans 'Tempel en kruis'. Daaruit stamt de wijzerplaat zonder wijzers, het 'vliegwiel van de tijd'. F.Bordewijk werkte er en noemde Schiedam in zijn roman 'Verbrande erven' zwart Nazareth. Ja, Jenever brand je.

 Marcel van Eeden maakte Schiedam tot hoofdpersoon van een hecht beeldverhaal. De zwartgeblakerde stad met zijn schansmolens als wachters en talloze jeneverstok­eri­jen waar het loon vaak in jenever werd uitbetaald.

 Circus Henny. Ik kan liet nalaten in de reiziger die de stad aandoet een tekenaar te zien. Die waar hij gaat circusvoorstellingen veranstaltet. 

Moderne kunst

 Wat is en blijft er zo grappig aan moderne kunst? In cartoons komt het onderwerp altijd weer terug. Het begon in Amerika bij Steinberg en anderen, en werd een standaard onderwerp. Marcel van Eeden weet er weg mee en laatstelijk vooral Gummbah.

 Die van geen ophouden weet. In zijn meta-cartoons. vol gezwijmel van kunstenaars en adepten. 

 Ooit was het 'dat kan m'n zoontje ook', wat veranderde in 'je mag er in zien wat je wilt'. Rorschach-vlekken doemden op. Wat je erin zag zei iets over jou. Daarna kwam de openlijke agressie, die zich bij VVD en PVV-politici uitte in het schrappen van subsidies.

 Een verhaal apart is Hergé. Ik was bij hem in Brussel op de Avenue Louise 162 en daar, in zijn werkkamer aan de achterkant hingen de moderne schil­derijen en beeldhouwwerken die hij verzamelde. Ooit wilde hij zelf kunstenaar worden. Toen het strips werden veranderde de schilder Georges Remi zijn naam in Hergé (Remi, Georges).

 In zijn laatste, unvollendete 'Kuifje en de alfa-kunst' (1987) is een kunsthandelaar van plan Kuifje te doden,  in polyester te gieten en als kunstwerk te verkopen. Strip en kunst ineen, heel letterlijk. De schetsen en wat dialoogregels werden later uitgegeven. De trekst bij het plaatje, waarop Jansen en Jansens binnenkomen terwijl Haddock de letter H (van Hergé, lijkt me) in handen heeft: 

JANSEN: Nee maar! Waar komt dat vandaan? Waar dient het voor?

HADDOCK: Het is een H. Het dient nergens voor!!! Het is Alfa-kunst, dat is het! En het dient nergens voor!

JANS(S)ENS: Aha! Ah ja! Ah! Ha, ha, ha, Ja, ja.

Beeldverhalen in Diepenheim

 Steeds weer doemt de strijd op tussen de tekening en het schil­d­erij. Terwijl ze toch onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Lange tijd was de tekening niet meer dan voorstudie, maar geleidelijk wordt hij in deze dagen weer een genre apart.

 De waarheid zit in de punt van een potlood luidt het oude gezegde. Tekenen dwingt tot directheid en eenvoud. Maar Marcel van Eeden zei me vanmiddag bij de opening van zijn tentoonstelling in het Diepenheimse Drawing Centre, waarvoor hij ook collega tekenaars uitnodigde: 'Vreemd, ik word nooit gevraagd voor de Stripdagen, terwijl ik toch beeldverhalen maak.' 

 Het blijven twee werelden. Marcel werd opgeleid aan een academie en ingedeeld bij de ernstige beeldende kunst.

 Daarom wellicht laat hij in Diepenheim nu - ook - prenten en series zien die dichter bij Robert Crumb staan dan bij hem. Zoals Cedric ter Bals (1990) die verwant is met Herge. Maar ook Maartje Schalkx, die op het lumineuze idee kwam om het kader van het fotograferende zaktelefoontje te gebruiken. Als was het een stripplaatje. 

 Het beeldverhaal met z'n vertellende opeenvolging van scenes, ook binnen een doek, bestaat al sinds de Middeleeuwen. Raken dan weer los van elkaar en naderen elkaar weer.

 Verhaal en beeld zijn tot elkaar veroordeeld. 

Marcel van Eeden in Diepenheim

 Morgen opent in Diepenheim de tentoonstel­ling die Marcel van Eeden maakte met tekeningen van geest­verwanten en twee nieuwe van hem zelf op groot formaat. Dat is nieuw. Formaat veran­dert veel. Ik zeg ook iets.

 Motto: 'I who make mistakes on the eternal typewrite­r' (Ginsberg). Mooi, als we schrijven doen we dat allemaal op die ene, eeuwige tikmachine, en we maken onvermijdelijk allemaal fout­en, onuit­wisbare. De machine onthoudt alles. Zo lees ik die regel.

 En dacht meteen aan W.F.Hermans en zijn boek Het evangelie van O. Dapper Dapper. Waarin de schrijfmachine uitgroeit tot een een vernietigende reuzenmachine in de Vijzelstraat.

 Marcel wilde vroeger schrijver worden. Is een lezer, heeft ook gewerkt als bibliothecaris. In zijn werk is het schrijven nooit ver weg. Immers, tussen tekst en beeld bevindt zich het verhaal. Al sinds de Middeleeuwen, in het tapijt van Bayeux en zo door.

 Vaak voorzien van tekst linten. Voorlopers van de tekstballonen.

 Marcel tekent de wereld van voor zijn geboorte (1965). Zijn werk lijkt een picturale pendant van de Temps perdu die  Marcel Proust probeert te achterhalen of beter opnieuw te scheppen. Met het verschil dat Marcel van Eeden zijn verloren tijd nooit gekend heeft. Kun je iets verliezen dat je nooit hebt gehad? Dat is het raadsel dat hij opgeeft.

 Hij voert je mee naar een hiervoormaals, waar men zijn ordelijke, alledaagse gang gaat zonder te weten wat wij weten, namelijk wat komen gaat. Niet veel goeds. 

Van Eedens Short Stories

 In de Van Nellefabriek kon ik het boekje Short Stories van Marcel van Eeden kopen. Met de hand stond er in geschreven dat ik nummer 239 had uit een oplage van 250 exemplaren. Het is nummer 1 van een serie in wording uitgegeven door de Duitse Salon Verlag. Verhalen om in te verdwalen. Zes in getal. Met titels als 'Eternal Soup and Sudden Clarity

 Wat ze gemeen hebben is manier waarop Van Eeden tekst en tekeningen gebruikt om spanning te maken. Dat doet hij onder meer met door de tijd dwalen.

 Het slotverhaal 'I am G.S.3, the killer of The Hague' opent zo: 'It was 1820, 1935 and 1952 all at the same time. The city's history floated by in a cloud of maps, drawings and narratives, and settled in 1949. Oswald Sollmann was still in Iraq.' Waarbij ik de Van Eeden-typografie noodgedwongen loslaat.

 Niets staat in deze verhalen vast. Behalve dat Marcel nooit de tijd na zijn geboor­tejaar 1965 betreedt. Daarvoor is hij vrij, in tekst en beeld. Er zijn weerkerende personages, er worden verhaallijnen gesuggereerd. Met als voornaamste leidraad de beeldenstroom die de tekenaar stuurt.

 Zo is er taart, vrij veel taart, in griezelig oneetbare kleuren. Van Eeden woont in Zürich, Konditorei en Kuchen zijn hem vertrouwd, net als Matthias Grünewald en stoomlocomotieven die aankomen en vertrekken. Treinenstad Bazel komt uitvoerig in beeld. Veel film noir. 

 Extra: op alle exemplaren schreef hij met de hand 'Misprint', naar zijn galeriehoudster me zei omdat hij het papier te glimmend vond. Moet ik dat geloven?

Antimaterie

 Van Marcel van Eeden kreeg ik het zeldzame boek Anti-materie, waarin hij vijf tekeningen maakte bij het gelijknamige, het laatste gedicht van Gerrit Achterberg (1905-1962). Waarin een 'ik' terugkeert naar zijn oude huurkamer en gebeurtenissen daar. Geschreven kort voor zijn dood. Marcel tekent de wereld van voor zijn geboorte (1965). Gedicht en tekeningen tonen de kracht van meubilair, stille getuigen van erotiek en meer. De eerste twee strofen, de eerste tekening van deze Anti-materie:

 'Onder de laag van het verhuurde,

in het oorspronkelijk gemuurte

knip ik de lichten aan. Het pand

tekent zich af naar alle kanten

intact; het toewegezen quantum

huisvesting van destijds

zoals het uitgemeten stond

binnen de leggers bij 't kadaster;

een strook particuliere grond

 

Van het plafond valt een stuk pleister,

eens in de zoveel jaar. De beits

aan radio en tafelvlak

vertoont de wasem mijner hand,

het vloertapijt een dameshak,

krassen de kachelglans;

de politoer schemertoestand

tussen weefselstructuur en geest.

Handvatten zijn ontvleesd,

drempel en sleutelgat aftands.

Gangmatten rafelen nog steeds

(...)'

 uitgegeven door de Statenhofpers in een oplage van 120 exemplaren. 

Teken!

 Het was Henk Hofland die tegen beginnende journalisten zei: Schrijf op wat er gebeurt, want straks is het weg.' Het stadsarchief gaf vijftien tekenaars de opdracht de stad te tekenen.

 Er zijn twee dingen nodig, een idee en een vorm.

 De kleine schetsen van fietsers in mist of halfduister van Claire Harvey zijn oerbeelden. Harvey weet op hoeveel manieren je kunt komen aanfietsen, wegfietsen, mekaar al fietsend tegemoetk­omen. We doen het elke dag, het is zo gewoon dat je het ver­geet. Hier staat het, voor altijd.

 Amsterdam is stukgefotografeerd, de grachtengordel verdraagt geen kwast meer. Wat dan?

 Hagenaar Marcel van Eeden waagde zich aan Plan-Zuid, de Wolkenkrabber, die hij als vaker in z'n werk voorzag van tekst uit godweetwelk boek (Hermans?), die de zwaarte van het beeld benadrukt.

 Marieke Zwart nam gestapelde huisnummers en andere gevelaccessoires als symbool voor de volgestouwde interieurs.

 Maar alles kan, dus veranderde Robbie Cornelissen de Dam naar eigen inzicht. Het zou tijd worden. Kan dat monument niet eens weg?

Robert Walser en de knopen

 Duits lezen. In Robert Walsers (1878-1956) verhalenbundel Der Spaziergang (1917) - waaruit Marcel van Eeden in z'n werk citeerde - staat de wonderlijke erotische ges­chiedenis van de optimist Fritz. Waarvan hoofdstukjes zomaar midden in de tekst beginnen met tussenkopjes in kapitaal. Frits belandt in Berlijn en daar:

 'kwam me op zekere dag op de straat waar ik warrig ronddwaalde en -zwierf een mooie, voorname

               DAME

 tegemoet, die me onvermoed vroeg, of ik de flinke lastdrager was die al een hele tijd vergeefs zocht.'

Fritz prijst zijn eigen lichaamskracht aan. In vastpakken en binden is hij bijzonder goed, in aansnoeren en toeknopen ook.

 'Uitlatingen die ze met een uiterst tevreden lach leek aan te horen.' Hij wordt aangenomen in een 'in alle opzichten zeer aangename v­ertrouwenspositie'.

 Ze zegt nog dat alleen een 'gloeiende optimist, die zin heeft het heel bont te maken' in aanmerking komt.

 Waarna hij met haar naar huis gaat, waar ze hem allereerst aan haar weelderige

                BOEZEM

 drukt, wat hem de adem bijna beneemt en zijn neus platdrukt.

 Het verhaal eindigt ermee dat hij voor haar grote gestalte neerknielt en uitziet op de naad van haar jurk, die hij met knopen om open- en dicht te knopen over haar lichaam tot de voeten omlaag ziet vallen.'

 Aan die naad en die knopen blijft zijn blik kleven. Hij zal van dan af aan de jurk steeds weer open- en dicht moeten knopen.    

 Een bezigheid waarover hij eens en dik boek zal schrijven, zegt Walser. 'Hoewel hij er beter niet aan kan beginnen.'

 

 De Zwitser Walser werd een gevierd Berlijns schrijver, maar keerde naar Zwitserland terug en stierf jaren later als patiënt in een inrich­ting.

Tramgezicht

 Vanavond 19.30 in de Amsterdamse boekhandel Martyrium ondervraagt Jeroen van Kan Marcel van Eeden en mij over ons boek M­uzenstraat en andere Haagse verhalen. Over Den Haag en onze Haagsheid.

 Ik zal Marcel na zijn wereldreizen terug­zien op het Roelof Hartplein. In Amsterrdam!

 Het is Hagenaar Philip Akkerman die stijf en strak volhoudt dat ie nooit in Amsterdam komt. Ik woon al heel lang in Amsterdam, maar ik kom er nooit.

 Dit is het gezicht van de laatste 'ombouwer' van de HTM - lijn 2 - die staat in het Haagse trammuseum. Voor altijd op weg naar eindpunt Meer en Bosch, waar ik woonde.

 Het Haagse zit hem in de blik waarmee trams je aankijken. Ik vraag het vanavond tramtekenaar bij uitstek Marcel.

Nog even dit:

 DEN HAAG KOMT VRIJDAG AS. NAAR AMSTERDAM.. GEEF JE OP voor de AVOND VOOR HAAGSE EXPATS.. en andere Amsterdammers.

Want: Hagena­ar ben je en blijf je. Jeroen van Kan praat er over met Marcel van Eeden en mij. In BOEKHANDEL MARTYRIUM, op vrijdagavond 25 maart as. vanaf 20.00.

 Tekenaar Marcel van Eeden is na Californie, Berlijn en Parijs in Nederland voor de Amsterdamse presentatie van 'Muzenstraat, en andere Haagse verhalen' van mij met Haagse tekeningen van hemzelf. Met een korte film van Els Kort over boek en tekeningen.

 't Begint om 20.00 uur. De winkel is open om 19.30 uur.

 Er zijn niet veel plaatsen, dus reserveer. Bij: con­tact@hetmartyrium.nl of tel.: 0206732092

Pagina's