Met Ondine de baan op

 't Is niet voor niks dat ik steeds weer terugkom op Ondine en de Kapellekensbaan. Net is de 39ste druk verschenen van Louis Paul Boons meesterwerk. En ik verzink er weer in. Zoals Boon zelf er tijdens het schrijven in de jaren '40 in verzonk.

 Allereerst is het zijn muziekje dat je meeneemt. En dat al begint met de ondertitel 'of de 1ste illegale roman van Boontje.' Ja, illegaal van alle kanten. Indruisend tegen de goede zeden als Ondine zich onder de heren begeeft, die de fabrieken aan de baan bezitten, maar zich vervelen en drinken als ieder­een. Maar ook als hij de machtsverhoudingen tart. En dan op de koop toe de literaire conventies op hun kop zet door de rollen van schrij­ver en lezer te verhaspelen.

 De fabrieken, de filature, de dekenfabriek, gaan hun onder­gang tegemoet, waarvan de ruïnes die ik fotografeerde getuigen, maar ook de arbeidersklasse zakt weg, in drank. Er staan nu geen cafés meer aan de Kapellekensbaan.

 Wat blijft zijn de blikken tussen de cafédochter Ondine en de fabrikant meneer achilles: 

 'Nochtans ze zat er op de knieën van meneer ludovic, maar zij kon zich niet wachten... neen zij kon het niet... van de ogen naar meneer achilles te richten: alleen maar om hem eens toe te lach­en, om eens een oogje te pinken en te weten dat hij er nog was. Zij had graag dat hij er getuige van was als de anderen haar overlikten, alsof hij een kameraad was die begrijpen kon dat zij moest gekoesterd worden door elkendeen... een broer die niet jaloers was en kon verdragen dat haar driften gekoeld werden, maar die in haar iets anders waardeerde, iets dat dieper verborgen zat en waar die anderen geen jota van begrepen een geheim, een zielsverwantschap misschien.'  

Tags: 

Ondine en duParc

 De Kapellekensbaan tussen Erembodegem, waar Louis Paul Boon in 1979 stierf en Aalst, waar hij in 1912 geboren werd, heette niet altijd zo. Hij werd hernoemd naar het boek van Boon (1953).

 Het boek over Ondine, die verliefd werd op meneer Achille Derenancourt, direc­teur van de garenfabriek, de fabrique de filature. Ik las het jaren terug en reed langs de kapel en de muur, waarachter de fabrieken lagen en die Boon op de naam Ter-Muren bra­chten. En langs de bouwval van de kousenfabriek 'duParc' van de familie Bosteels. De grootse werkgever voor meisjes en vrouwen in de buurt. Het kon niet anders of dit was het decor waar Boon meneer Achille en Ondine dacht. De mooie Ondine, dochter van cafébaas Vapeur, die zweeft tussen armen en rijken. Ook de duivelskamer der Heren rees op.

' De wereld was een huis, dacht ondine... en in de beste-kamer woonden de heren, en in het achtergebouwtje naast de vuilbak woonde het volk van termuren... of neen, ter-muren zelf was de vuilbak, en haar plaats was daar niet: zij kon zich best in het salon naast meneer achilles zetten - of dan desnoods naast meneer ludovic, want het zag er naar uit of hij bleef recht op haar hebben (...)'

 In 1949, leer ik, werden Cotton‑machines gekocht voor de nieuwe nylongarens. Op deze Cotton‑machines werden nylonkousen met naad vervaardigd van steeds fijner wordend 'denier', de graad van fijnheid van garen of vezels.

 Bonnetterie Bosteels-De Smeth, in breigoed, ooit begonnen met gebreide handschoenen, is niet verdwenen, de modieuze nylons en panty’s worden nu in Roemenië gemaakt. In de jaren '60 werkten er nog ruim 600 mensen en was 'duParc' marktleider in België. 

Tags: 

Vergeten straat

 Aan dat boek van Louis Paul Boon dacht ik meteen toen ik vergeefs mijn straat probeerde binnen te komen. Aan de ene kant blokkeerde het werk aan de Noord-Zuidlijn de toegang, aan de andere kant was een meters diep gat ontstaan. 

 Voetgangers kunnen er zich voorbij wringen over rubber matten op het zand. Fietsen en auto’s niet.

 In Brussel zijn ze van 1901 tot 1952 bezig geweest het Noord- met het Zuidstation ondergronds te verbinden, half de stad werd een bouw­put, wijken een halve eeuw lang gesloopt of ontwricht. Twee schitterende stations verdwenen.

 Boon schreef er in 1944 een roman over die in 1999 verfilmd is door Luc Pien. Prachtig gegeven.

 De straat liep al dood, maar wordt nu ook aan de andere kant afgesloten door een nieuwe spoordijk. De post kan er niet meer bij, adressen vervallen gaandeweg, administratief bestaat de straat niet meer. De pastoor komt ook niet meer. Er ontstaat een anarchistische vrijstaat. Met alleen nog sluipweggetjes naar de stad.

 Een ideale oplossing. Totdat...

Tags: 

Doolhof Brussel

 Als de jonge verslaggever afscheid neemt - hij gaat naar Congo voor de kinderkrant - doet hij dat, als een Brusselaar in de jaren ’30 op het station Bruxelles-Nord. Kuifje zal in Antwerpen scheepgaan.

 Het station is in 1955 gesloopt bij de aanleg van de Noord-Zuid treinverbinding die Brussel vele jaren in chaos stortte. En verhalen voorbracht als Vergeten Straat van Louis Paul Boon, waarin een straat voorgoed aan beide kanten doodloopt.

 In het Brusselnummer van Terras gebruikt Jan Baeke Brusselse tram en ondergrondse-haltes als staties, met werkelijk bestaande namen als Matongé, Drievuldigheid of Mysterie. Het wordt een levensreis met Brussel als metafoor, zijn ber­gen, zijn Zoniënwoud en zijn Babylo­nische naamgevingen.

 Zo een smeltkroes, dan Brussel. Een veel­taligheid, die verten opent. Het Brussels dat Hergé in zijn familie hoorde werd Syldavisch. Welke mengtaal men nu in Sint-Joost, St.Gill­es en Molenbeek op straat spreekt weet ik niet.

 Mijn Brussel begon achter het nieuwe Noordstation, waar ik logeerde in de resten van het Noordkwartier. Neel Doff woonde er nog. Midden in de nacht werd het middeleeuwse café annex hotelletje bestormd door de BOB, de hasj ging het raam uit, maar ze kwamen niet voor hippies maar voor sans-papiers. Heel de wijk is verdwenen voor glas en staal. 'k Zag de laatste hoerenhuisjes nog oplichten temidden van de kaalslag. De nieuwste sans-papiers kamperen nu in het op die plaats aangelegde Ma­ximiliaanpark.

Doolhof Brussel. De trams ontsporen er vaak omdat de rails over zo vele deelgemeenten lopen en slecht onderhouden worden. En het graf van Magritte vind je op de begraafplaats van Schaerbeek, waar hij zijn laatste jaren woonde, maar die ligt dan weer in de gemeente Evere. Wie wil zoekraken kan in Brussel terecht. 

Lelijk

 Omdat mijn 'innere Emigration' zich steeds meer op België richt lees ik digitaal De Standaard. Waarin 'Lelijk België' een zomerhit is. Iedereen mag foto's instu­ren van de Lelijkste Plek van België. En verdorie bij wat daar vertoond wordt zit juist veel dat me jaloers maakt.

 Waarachtig, de 'Vergeten straat' van Louis Paul Boon, ergens in de Borinage. Net dat omhels ik, fotografeer ik, als ik er kom, vluchtend uit het al sinds de grachtengordel doodgeplande, aangeharkte Nederland. De ongerijmdheden, die samen het surrealisme, de anarchie scheppen die België heet.

 En als dan een keurige krant als De Standaard juist dat aanklaagt denk ik aan mijn buurvrouw die haar stoep stofzuigt. Of aan tante Bep. Die voor het eerst van haar leven in een bos was en het wel aardig vond, maar wel wat slordig. Slordig? Ja al die dennenappels die daar maar rondslingerden. Haar handen hadden gejeukt.

 Slordig België. Het ware paradijs. Je leeft erin, maar je weet het niet.

 Ik werk al jaren aan mijn Mooi België album. En daarin staan Seraing, en zeker ook het in de Standaard aangeklaagde marktplein van Zelzate.

 Het mooist is het in beton gegoten verkeersplein, midden in een verlaten woestenij ver benoorden Brugge in de polder. Een kunstwerk waar jonge motorcrossers omheen cirkelen. Nooit gebruikt, op geen enkele weg aangesloten ligt het daar. De plannen waren veranderd. Wie weet waar dit is, ik had geen fototoestel bij?

 Ik dank De Standaard al vast voor het stationnetje van Vilvoorde. Daar moet ik zeker heen.

Tags: 

Louis Paul Boon 100

 Dit is het Boon-jaar. Louis Paul Boon werd geboren in Aalst in 1912 en stierf in 1979. 

 Wie kans ziet moet zaterdag naar Aalst gaan waar om half twee in de Stads­fees­tzaal aan de Grote Markt een grootse middag begint over Boon. Het Boongenootschap presenteert een boek en Josken, de schoonzus van Louis, en de Neder­landse Boon-kenner A.M.Meurs, schrijver van 'Die twee gebroers en hun zuster, dat was heilig', dat ook die dag verschijnt praten over het leven in de familie Boon. Hier alvast Josken over Louis bij de dood van zijn broer: 

 'Louis dronk al voor dat Frans gestorven is, maar toen is hij echt begonnen vies te doen, zich te misdragen. (...) Louis was onaanspreekbaar, hij liep rond en vloekte en schold op alles, op de hele wer­eld, hij was het leven beu. Ik zei: Louis, wij hebben allebei iemand verloren maar waarom doet gij zo? Hij luisterde niet en nam dan een valium en een whiskey samen. Ik duwde hem naar zijn bed, trok hem zijn broek uit en dekte hem toe. Dan bleef hij wel liggen, van de kaart hè. Ik heb hem dikwijls in zijn bed geduwd en hem zijn broek uitgetrokken.'

 

 

Tags: 
een kwartiertje naar Brussel

Stationsplein Aalst

'Het spoor in dienst van de industrie, van de Vooruitgang.' En ziehier het station van Aalst, de stad van Louis Paul Boon. 'Een spoorwegkasteel met torens en kantelen', halverwege de 19de eeuw gebouwd door de Nederlander Jan Pieter Cluysenaar, die in zijn gevel 'het romantisch aureool van de trein' liet zien.

Dit lees ik in 'De baan op met Boon' (Arbeiderspers 2004), ondertitel 'Een averechtse leeswandeling in Aalst' van Bert Vanheste, in leven hoofddocent Vlaamse Letterkunde in Nijmegen. Het is op dit plein dat de hoofdfiguur uit 'Menuet' het 'vrouwmens geworden meisje' tegenkomt dat eens hulpje bij hem thuis was:'En vijftien jaar later loop ik met allerlei muizenesten in het hoofd het stationsplein over en bots bijna tegen haar aan. Er is alleen iets, ik weet niet wat, waardoor ik naar dat bittere lachje heb te kijken. En meteen verdrink ik weer in haar ogen.'

Tags: 
Louis Paul Boon (1912-1979)

Louis Paul Boon (2)

Wat is er zo goed aan het werk van Louis Paul Boon? Op school las ik De voorstad groeit. Vergeten straat ook, over een doodlopende straat in Brussel waarvan ook het open einde wordt afgesloten als de Noord-Zuid spoorbaan de stad doorsnijdt zodat de bewoners administratief worden vergeten (laatst werd de mooie film die ervan gemaakt is weer vertoond). Maar ik wist nog niets van België.

Nu het bijna verdwenen is gaf Ton Meurs me Boons Kapellekensbaan. Samen met Zomer te Ter-Muren het grote werk. Een boek met een weg als leidraad. Over de raadselachtige banden tussen arm en rijk. Vooral tussen rijke heren en arme, maar mooie meisjes. En al wat daar omheen leeft. Een 19de-eeuws onderwerp lijkt het, maar zo is het niet.Als een meisje mooi is en niet dom kan ze hogerop komen. Hier, in Rusland of Mexico-Stad.Het boek geeft voor de helft de geschiedenis van Ondine. Haar beschermheer heet Achilles: 'Zij sprak niet over Achilles, zij ging heen met deze gedachte; dat ze, wou ze haar geluk en liefde bewaren, niet meer in de onmiddellijke nabijheid van het kleine en miserabele mocht komen'.En dus zit ze op de knie van meneer Achilles. Harde conclusies: voor geluk en liefde moet je bij de rijken zijn. Al spreken ze Frans, en versta je ze niet altijd. Ook dat. Hoe moet dit tijdloze verhaal aflopen?

Tags: 
verboden in Antwerpen
Louis Paul Boon

Louis Paul Boon (1)

België gedenkt Claus. In de marge nog iets anders, meldt correspondente Margoo. De expositie van het verzameld erotisch fotomateriaal van Louis Paul Boon (1912-1979), die zou plaatsvinden in Antwerpen is daar afgelast door provinciaal gedeputeerde Ludo Helsen.

De 'Fenomenale feminateek' van Louis Paul Boon zal nu vanaf 4 april te zien zijn op het literaire festival 'Zogezegd' in Gent. Zo heeft curator Anne Provoost donderdag bekendgemaakt.

Tags: 
de moeder van Jean Pierre schrijft
de twee hotels in 2006, gezien vanuit het Hotel des Colonies
Rogierplaats met Noordstation. Rechts de twee hotels die nog bestaan. Rest van de bebouwing is verdwenen.

Noordstation

Henk van Renssen, van wie net 'De revolutieverzamelaar' verscheen (zie dit log van 18 okt., beluister het gesprek met hem) houdt ook een weblog bij, oa. gespecialiseerd in de ansichten en oude foto's die hij op markten koopt. Vaak geven die hem aanleiding tot speurwerk. Is er geretoucheerd aan een taille? Heeft een lantaarnpaal zich verplaatst?

Ik liet op 4 nov. het Brusselse Hotel des Colonies zien, waar de reizigers uit de Congo logeerden die op het oude Noordstation waren aangekomen. Een kopstation aan de Place Rogier. Afgebroken toen het spoor onder de berg van Brussel werd doorgegraven naar Brussel-Zuid. Brussel verdwijnstad.In de geest van Henk vond ik een ansicht van de Place Rogier met dit station. Verstuurd in 1940, maar de kaart is ouder. De tekst aan de achterkant is geschreven door de moeder van Jean-Pierre, want schrijven kon hij nog niet. Wel heeft hij de kaart zelf ondertekend.'Jean-Pierre va très buien, ik reste assis sur son lit, ik mange bien. Bons gros baisers de ...'. Als Jean-Pierre nog leeft is hij rond de zeventig. Een kwieke heer in een jagersjas die je in de Cirio - naast de Beurs - zou kunnen tegenkomen.Nog een foto. De Rogierplaats nu. Wat over is zijn de twee hotels rechts. Met verbouwde gevels. De linker heette tot voor kort nog steeds Albert, nu is het een Hilton, de rechter heet nu Crowne Plaza.PS. De ondergrondse spoorlijn dwars door Brussel werd begonnen in 1911, de bouw lag heel lang stil, hij werd pas geopend in 1952.Jarenlang was het centrum van Brussel opgebroken, oude wijken werden gesloopt. In het prachtige ‘Vergeten straat’ (1946) van Louis Paul Boon raakt door de spoorweg een Brusselse straat aan twee kanten afgesloten van de buitenwereld en wordt ook administratief vergeten. Er onstaat daar een vreemde kleine republiek. Het boek werd in 1999 mooi verfilm door Luc Pien. Kortgeleden herhaald op Canvas.

De revolutieverzamelaar
Beluister fragment