harnas voor een muis
de door zijn chef Kwabbernoot ontworpen ''Kauwguust''
Guust en de DS

Franquin (2)

 Waar de oudere Hergé (geboren 1907, merkwaardigerwijs ook in het nabije Etterbeek) in zijn Kuifje-verhalen het statische nadert is bij Franquin alles en iedereen permanent in beweging. Hij ontwierp niet alleen karakters als de elastische Marsupilami en Guust (Gaston), die voortdurend explosies, botsingen en valpartijen veroorzaken, hij ging zelf ook auto's, raketten en helicopters ontwerpen.

 Franquin liet z'n karakters uitvinden. In Robbedoes eerst het toestel om op een te krappe plek te parkeren en de bril ruitenwisser, later komt jongste bediende Guust Flater met oa. de Flaterfoon en antwoordt zijn baas met de Kauwguust, die hem sneller laat eten (vrij naar Chaplins Modern Times). Hij liet de boef Zwendel een Coca-Cola reclame projecteren op de maan - helaas in spiegelbeeld. En bedacht zelfs een harnas voor een muis. Hier te zien. Tot 1 april. En, met Guust heeft Franquin - tegenover de hippies van Robert Crumb en Gilbert Shelton met z'n Freak Brothers - een Frans-Belgische pendant geschapen van de eeuwig werkschuwe langharige. Vol ideeën , een plaag van creativiteit die z'n medemens tot wanhoop drijft, behalve juffrouw Jannie, die hem diep bewondert.

 PS 1. Lees het grote Franquinstuk in de vpro-gids van deze (43) week. PS 2. Dolen blijf ik, van Wiertz naar Magritte, van Fabre naar Spilliaert, van Hergé naar Kamagurka. Van Delvaux naar Masereel. Het Belgische in de kunst.

Wim. T. Schippers,  torentje in Drienerloo (1979)
Leo Copers, Allegorische koppen (1998)
Kamagurka, Zonder titel (2005, gezien bij klein lampje)

Oostende (1)

Ik hou van Belgische kunst. Ik denk dat er zoiets bestaat, dat Felicien Rops, Hergé, Paul Delvaux, Willy Vandersteen en Magritte leden van een grote familie zijn waartoe ook James Ensor, André Franquin, Leon Spiliaert en Jan Fabre behoren. Belgisch, alle gewesten delen dit erfgoed.

Noem het surrealisme. Alledaags surrealisme dat voortvloeit uit leven in een absurde werkelijkheid. In elk geval is het een vruchtbare bodem gebleken voor zowel strips als conceptuele kunst.Wat is het verschil? Luc Zeebroek (Kamagurka) exposeert schilderijen in het heropende Museum voor Moderne Kunst in Oostende.Verderop, in het Leopoldpark trof ik deze 'Allegorische koppen' van Leo Copers (1998). Leo vond ze in een Frans depot. Ze stelden de Welsprekendheid, de Rechtvaardigheid, de Rechtspraak en de Geschiedenis voor. Dit is wat hij ermee deed. Maar waar doen ze me aan denken?Natuurlijk, het torentje van Wim T. Schippers in Drienerloo uit 1979, een toren die midden in een vijver staat, zodat je denkt. Wim Schippers is een Belg.

Alexandre Matieski?

 In april was ik een paar dagen in Tournus aan de Saône (zie dit log van 17 mei jl.). De laatste avond, in het café naast de brug (maar hoe heette het? 'Des Sports'?), zat ik weer te staren naar de merkwaardige schilderijen die er aan alle wanden hingen. Een stuk of tien, een bescheiden expositie was het, maar nergens hing of lag een kaartje met uitleg.

 Ik maakte foto's. Je verwacht ook geen schilderijen in een PMU-café (volkscafé's, te herkennen de aan de groenrode reclame en de gokbureautjes van de paardenraces, sponsor van de Groene Trui in Tour die wordt uitgereikt door tourmissen in rijlaarzen met jockeypetjes, een dagelijks hoogtepunt). Er werd gebiljart, er werd gedronken, er werd buiten op de stoep wat gevochten.Bij het afrekenen vroeg ik de barkeeper van wie die schilderijen toch waren. Van een 'Yugoslave' zei hij, of een 'Polonais'.

 Hoe die heette?Hij wist het niet zeker, maar schreef een naam voor me op een papiertje. Achteraf verkeerd, in elk geval onvindbaar op Google. Macieski is een bestaande Poolse naam, maar een Alexandre of Alexander of Alexandr vind ik niet.Hij woonde in Tournus, een paar straatjes verderop, die polonais. Ik ga terug, ik vind zijn schilderijen steeds mooier.Ze doen me denken aan wat Kuifje-tekenaar Hergé maakte als hij 'moderne kunst' persifleerde. Hergé wilde ooit kunstschilder worden. Dat zag je dan.

Tags: 

Pagina's