Apollinaire

 Guillaume Apollinaire (1880-1918) lezen is kijken naar de plaatjes die hij je voor ogen tovert. Geen toeval, hij had in de vroegmoderne tijd schilderende vrienden als Matisse en Delaunay. Zijn gedicht 'Verloving' droeg hij op aan Picasso. En dit, 'Oceaan van aarde', aan Chirico:

 'Midden in de oceaan heb ik een huis gebouwd/ De ramen zijn rivieren die uit mijn ogen stromen/ Overal over de muren krioelen inktvissen/ Hoor hun drie harten slaan hoor hun monden op ramen kloppen/ Vloeibaar huis/ Gloeiend huis/ Gezwind seizoen/ Zingend seizoen/ Vliegtuigen leggen eieren/ Opgepast we gaan het anker uitwerpen/ Opgepast we gaan inkt spuiten/ Het zou mooi zijn als u uit de hemel kwam/ De hemelse kamperfoelie klimt/ De aardse inktvissen pulseren/ En zovelen van ons zijn hun eigen doodgraver/ Bleke inktvissen in de krijtkleurige golven o bleekmondige/ inktvissen/ Rondom het huis is deze oceaan die je kent/ En die nooit stil is.'

 Apollinaire nam dienst in 1914 en kreeg een granaatscherf in zijn hoofd. Terug in Parijs bedacht hij het woord sur-realisme. Hij stierf aan de Spaanse griep.

 Kiki Coumans vertaalde een keus uit zijn 'moderne gedichten' onder de veelzeggende titel 'Het raam gaat open als een sinaasappel'.

 Ze behield zijn typografische experimenten, die Paul van Ostaijen later voortzette in zijn Bezette Stad.