Willem Jan Otten

 Waarom omhelzen mannen elkaar? Soms, zomaar opeens. Maandagavond zag ik Willem Jan Otten, bij de radio. We omhelsden. Niet omdat hij net de P.C.H­ooftprijs had gekregen. Maar om wat we net uitwisselden over lezen. Hij had het ongrijpbare moment benoemd waarop je als lezer 'in een verhaal' komt. Ik noemde Alice Munro. Hij knikte instemmend. Thuis vond ik wie we ook delen: Gerard Reve. Neem dit gedicht uit Ottens 'Afscheid':

 Zo u bestaat

dan moet nog worden uitgezocht

waar u gebleven bent.

 

Soms menen wij dat u bent blijven kleven

op de bodem van een brievenbus.

 

Een brief van u aan u bent u,

wat zeggen wil: u bent uzelve

opgevouwen en geborgen

in een envelop, die dicht gelikt

en dan voorzien van naam,

en van 'in handen' en 'alhier'.

 

Dat u uzelve schrijft

maar mij bezorger heeft gemaakt,

verklaart niet alles maar bedaart mij soms.

 

Het laat mij niet koud,

dat u u zelf hebt toevertrouwd

aan iemand die zijn inhoud

 

zozeer schuwt als ik.

Greonterp

 In de zomers van de jaren '90, toen Gerard Reve aan zijn beton­nen vesting in Frankrijk bouwde belde hij me 's avonds vaak. Hij verveelde zich, Joop kwam meestal niet mee, die sprak geen Frans.

 We leuterden eindeloos, over niks. Celluloid op de fiet­sensturen van vroeger, of de letters SH achter op een driewie­ler. Ik kocht legertentjes voor hem. Eens vertelde ik hem wat ik van m'n vader wist. Voor de oorlog konden officieren in het Nederlandse leger als ze op oefening waren in geval van nood­weer samen een tentje maken van hun beider capes. Ze hadden daarvoor een tentstok in hun bepakking en de capes kon je aan mekaar knopen. Met mekaars lichaamswarmte bleef je warm in het veld. Van dit verhaal kon Gerard geen genoeg krijgen.

 'Vertel nog eens van de officieren en die capes..'.

 Nu is er Reve-nieuws. Teigetje, Woelrat, Hester Witteveen en Grytsje Couperus nodi­gen me uit voor de viering van Mariahemelvaart, ofwel 'de Tenhemelopneming van de Glorievolle en Gezegende Maagd', op het kerkhofje voor 'Huize Het Gras' in Greonterp, op donderdagavond 15 augustus. Ze eren ook, met rode wijn, het leven en werk van Gerard Kornelis Franciscus van het Reve, die in 'Huize Het Gras' woonde en werkte. Ze zullen oa. voorlezen uit de vele nooit gedrukte brieven die hij in 'Huize Het Gras' schreef aan Tijger (de rechten berusten bij Joop).

 Of het 'komt allen' is weet ik niet. Maar het zal wel goed zijn.

 Hun fotoboek Huize Het Gras en vooral 'Ons Leven Met Reve' zijn zeer aan te raden: een goed geschreven andere kijk op Reve.

Tags: 

Katholieke dieren

 Morgenavond tussen acht en elf op Radio 1 zijn onder meer fragmenten te horen uit de 'ruwe' radio-opnamen van het boek De Avonden.

 Nog zie ik de vertwijfeling op het gezicht van Henk Hofland. De Avonden? Moest dat het dan zijn? Was dat dan echt het boek dat overbleef? Hij was bezig met de radioserie 'Grondleggers' (1992). Die van de naoorlogse Nederlandse literatuur. De Avonden het hoogtepunt? Hij wilde er niet aan. Maar het leek onontkoombaar. Misschien, opperde ik, is 'De Avonden' een zwart gat waarin alles verdwijnt? Henk schudde mismoedig het hoofd. Hij en Tom Rooduijn hadden ze allemaal geïnterviewd, van Campert en Claus tot Mulisch en Hermans. Allemaal, behalve Gerard Reve. Daar aarzelden ze. Die moest ik maar vragen, ik kende hem immers. Ik vroeg het Gerard. Hij dacht er een dag over na en zei toen nee. Waarom niet?

 'Ach, zei hij toen met een zucht, 'Hofland… die man is ook niet katholiek.' Waarmee voor hem alles gezegd was. Nee, wat je ook van de jour­nalist van de eeuw kon zeggen, een 'katho­liek dier' in Gerards termen uit Bezorgde Ouders, was hij niet.

 Ik sloeg nog maar eens op wat Simon Vestdijk zei over het laatste hoofdstuk van De Avonden: 'Van dit zeldzaam navrante slot, dat de gehele roman draagt, is geen denkbeeld te geven, men moet het gelezen hebben. Het behoort tot het aangrij­pendste wat ik ooit onder ogen kreeg.'

Nop (2)

 Een diepe zucht van opluchting, want met Gerard Reve weet je het nooit. 't Is gedaan. Althans voorlopig. De rechter heeft vandaag besloten dat deel drie van 'Kroniek van een schuldig leven' in de winkel mag blijven liggen.

 Intussen kan ik naslaan wat ik wilde naslaan. Hoe zat het ook weer met de AKO-prijs en Bezorgde ouders, zijn grote roman, die in 1989 door een jury bestaande uit Hans Warren, de politicus Erik Jurgens, Hendrik van Gorp (?), Hannemieke Stamperius en Jacq Vogelaar niet eens genomineerd werd, on­danks voorspraak van Warren. Ze bekroonden tenslotte, geloof het of niet, de Vlaamse feministe Brigitte Raskin, die ik nog menigmaal op de vpro-radio heb moeten aanhoren. Ik herinner me een woedende tirade over haar echtgenoot, die dan wel kook­te, maar in de keuken zo'n rommel achterliet. 

 Mijn gesigneerd exemplaar van de Engelse vertaling, 'Parents worry', gaf ik cadeau aan Randy Newman, die zeer geïnteresseerd was in onze letteren, maar Newman wist er geen raad mee. Lost in translation, lijkt me. Waar Gerard ook kwam, hij zaaide verwarring, tot vandaag. Vergis ik me of komt hij steeds dichter in de buurt van Céline? En nu, lezen, en zien of ik het met Arjan Peters - Volkskrant 22 oktober - eens ben.

Nop (1)

 Als het gaat om leven en werk van Gerard Reve was en is er maar een vraag: meent hij het. Die vraag gold voor Gerard zelf net zo hard als voor ons lezers, denk ik.

 Een biograaf heeft als voornaamste taak de lezers zo veel mogelijk feiten en documenten aan te reiken waarmee we ons een mening kunnen vormen over die ene vraag. Zonder overi­gens de illusie tot een slotsom te kunnen komen.

 En nu ligt deel drie van de biografie van Nop Maas in de winkel. Of ie er mag blijven liggen beslist de rechter vanavond. Wat zou Gerard van deze heisa gevonden hebben? Ik denk dat hij het prachtig had gevonden.

 ps. De meningen over Gerard en zijn werk blijven goddank verdeeld. Met Rudy Kousbroek had ik eens een gesprek over Bezorgde ouders. Hij vond het een meesterwerk, de literaire kritiek niet. Gerard had het liefst in z'n geheel op de radio voorgelezen inplaats van De Avonden.

 ps 22:02 uitspraak morgen, hoor ik.

 

Koperen Luistertrompet (1)

 Met Rudy Kousbroek heb ik het er nog wel over gehad. De eerste keer zaten we samen op de gang bij een uitgeverij, binnen werden toespraken gehouden.

 'Ik versta er toch niks van,' zei Rudy. 'Ik ook niet,' zei ik. We raakten in gesprek over doofheid. 'Je kan beter blind zijn,' zei Rudy, 'je weet wel waarom.' 'Zeker,' zei ik, 'blind is tragisch.' 'En een dove is een idioot. Doofheid is belachelijk.'

 Ik vertelde hem van mijn stripheld professor - hoofd bonkt wordt roodvonk, grappig - Zonnebloem. Dit alles herinnerde ik me toen ik de kunstverzamelaar Otto Schaap tegenkwam, die me onder m'n neus duwde wat ik onmiddellijk herkende als de 'koperen luistertrompet' die door Gerard Reve beschreven wordt in de Avonden. Een handig instrument, omdat je het luister­gedeelte voor de mond van de spreker kunt houden. Ik sprak keurig in de beker van de trom­pet.

 Immers een elektronisch hoortoestel heeft z'n microfoontje op een veel onvoordeliger plaats zitten: achter het oor. Zodat de stem van de spreker eerst een heel stuk akoestische ruimte - vol omgevingsherrie - moet passeren voor hij wordt opgevan­gen en versterkt.

Joop Schafthuizen

 Wat rest Joop Schafthuizen, nu het Amsterdams Gerechtshof goedvindt dat het derde deel van de Reve-biografie van Nop Maas verschijnt?

 De Hoge Raad? Hij is er toe in staat. Het kan hoog lopen bij Joop. Toen ik met Reve zijn boek De Avonden opnam in verschillende Hilversumse studio's lukte het vijf opnamedagen lang Joop in Schiedam te houden. Niet makkelijk, gezien zijn jaloezie op alles wat Gerard buiten hem om deed.

 Maar de zesde dag kwamen ze getwee. De laatste verbeteringen werden vastgelegd en daarna zou ik Gerard interviewen over het boek en de radio-uitzending. Bij de eerste bandwissel was het raak. Joop had achter het glas bij de technicus - de door Gerard aanbeden Mark Meeuwis met de 'dierenogen' - toegeluisterd, nu stormde hij de studio binnen. Letterlijk stikkend van drift...

 'Jij, jij...' was al wat hij kon uitbrengen. En daarna 'ik gaat, ik gaat...'. En hij rende de deur uit. Gerard bleef even verslagen achter. Daarna rende ook hij de gang op. Tegen mij bezorgd mompelend 'die kleine, hij zal toch niet…'. Pas na een hele tijd keerde hij terug. Joop was onvindbaar. Van een interview kwam niets meer.

 

Tags: 

Yves Klein

 De schilder (1928-1962) die in 1957 uitkwam op het ultramarijnblauw, omdat hij ontdekte dat die kleur een nabeeld ach­ter­laat 'dat de toeschouwer doordrenkt', schreef ook gedich­ten. Zoals ik ontdekte op de verrassende expositie 'Parijs', over de hoofdstad van de kunst tussen 1900 en 1960 in het Haags Gemeentemuseum. Opeens zag ik daar het handschrift van Gerard Reve en een foto van hem en vriend Rudy Kousbroek, die in de lichtstad woonde. Reve vertaalde Yves Kleins 'Kom met mij in de leegte' (1957):

Steeds wanneer ik aan u denk

droom ik van onze vacantiedagen

toen wij, de armen  om elkaar geslagen

de wegen volgden

herinnert U zich nog

hoe ons pad steeds lichter werd

en alles begon te verdwijnen

de bomen

de bergen

de zee

en ook de bloemen

rondom ons was niets

opeens eindigt ook de weg

we staan aan het einde der wereld

zullen we teruggaan

nooit

Kom met mij in de leegte

Want U, U droomt toch ook

van de leegte, onze oneindige liefde

Ik weet dat wij zonder een woord te spreken

ons zullen storten in de afgrond

die onze liefde redt

de leegte wacht op onze liefde

zoals ik U elke dag verwacht

Kom met mij in de leegte.

de Madeleine uit Commercy (Lotharingen), met het visschelpmotiefje

Jelle Leenes (2)

Nuja die feromonen, een mooi verhaal, maar in geurland staat zo weinig vast. Jelle Leenes drijft me de herinnering in. Dat komt goed uit, want ik heb koorts. Koorts herinnert beter, vermoed ik.

Het cakeje van Proust, de Madeleine uit Commercy, dat - heel gericht - zomaar herinneringen opriep is maar één variant. Vaak komt een geur je bekend voor, maar roept ie alleen een sterk gevoel van geluk of gevaar op, terwijl de bijbehorende herinnering ontbreekt. Vers brood, pas gemaaid gras, creosoot.   
Met Gerard Reve telefoneerde ik - hij zat in Frankrijk - eens langdurig over het celluloid dat vroeger op fietssturen zat - voordat daar chroom voor werd gebruikt. Glad en hard, met een fraai krinkelend ribbeltjesmotief.
Gerard en ik bleken beiden als jongen te hebben ontdekt dat celluloid zeer brandbaar is. Een lucifer en het stuur van buurmans fiets stond in lichterlaaie.
'Het leek wel zo'n brandend kruis van de Ku-Klux-Klan.'
'Verdomd, dat leek het. Een vlammend fietsstuur! En stinken..'.
'Er kwamen grote zwarte rookwolken vanaf.'
Zo belandde hij in Betondorp en ik in de Heeckerenlaan in Zutphen. 
 

uit de verzameling

Annemieke Houben (2)

Annemieke Houben, historisch letterkundige, werkt bij het P.J.Meertens Instituut. In haar vrije tijd maakt ze de site NadePiep. Vanaf morgen, maandag, laat ze in De Avonden elke dag na 21.00 een keuze horen.

 Hoe praatten de mensen vroeger? Van woordgebruik, intonatie, zinsmelodie in andere tijden is weinig bewaard. Dankzij Nadepiep weten we iets van de jaren '80 en '90.
Sommigen hadden hoorbaar moeite met het inspreken van antwoordcassettes. Er is ook ergernis. Hoe kan het dat iemand woensdag om zeven uur nog niet thuis is?
Of de onzekerheid als de ander niet kwam opdagen. Je belt en hij of zij is er niet. Of doet alsof. Waarom? Ligt dat aan jou? Stemmen verraden veel.
Annemieke: 'In je vriendenkring leer je mensen kennen door hoe ze een boodschap inspreken. Sommigen springen op het podium, vergroten zich, nemen alle ruimte, anderen kruipen weg, worden onzeker.'

 Op wie antwoordcassettes bezit wordt nog steeds een dringend beroep gedaan. 
Toen ik vorig jaar van het plan hoorde heb ik de mijne afgestaan, met daarop onder meer Gerard Reve, Johnny van Doorn en A.Moonen. Over die laatste zegt ze 'Hij is gemaakt voor het antwoordapparaat'.
 

Pagina's