Zhang Dali

 In Beijing zeggen ze dat ze tegenwoordig in 'Chai-Nar' wonen. Wat klinkt als Engels voor China, maar wat in het Mandarijn betekent: 'Waar gaan we slopen'.

 In Beelden aan zee kun je zien hoe de Chinese kunstenaar Zhang Dali (1963) zich ontworstelt aan de dwang van het regime.

 Wat hij wil is de 'tragiek van de gewone man' laten zien. Die, net als Zhangs ouders leerde zichzelf weg te cijferen in dienst van het regime. Het individu mocht niet bestaan.

 En dan staan ze voor je neus, in Scheveningen. Als een eigen­tijdse versie van het terracotta leger van keizer Qin Shi Huangdi.

 Maar het verschil kon niet groter zijn. Deze manshoge Chinezen zijn afgegoten van levende modellen en daarna in echt marmer uitgehakt. Hun trekken zijn menselijk, al te menselijk. Somber, gelaten, bedachtzaam, een enkele keer ijdel. Niets menselijks is ze vreemd. Zodat je soms in de lach schiet. En dat gaat recht tegen de heersende cultuur in.

 De triomf van het individu, dat tegen alles in overleeft. Herrezen sinds die ene student voor de tank uit liep op het Plein van de Hemelse Vrede.

 Want de sloop van het oude China gaat door, en werken in de bouw is levensgevaarlijk, zoals een enorme, dodelijke bouwstelling in het museum laat zien.