Snapshot

 Wie praat over fotografie praat over het moment. In het onmisbare boek Snapshot (2011), over fotograferende schilders, zie je belichtingstijd en scherpte elkaar naderen. En tenslotte (1888) is er de simpel te bedienen, goedkope Kodak, die je in de hand neemt.

 Dan pas komen de schilders. Je ziet foto en schilderij naar elkaar toe komen. In de foto's van Breit­ner, Bonnard, Denis, Evenepoel en Vuillard zie je het gebeuren. Van de tekenpen, totdantoe het sn­elste schildersmedium, naar de foto.

 Het 'betrappen' van het moment. De heilige graal die zich eeuwen schuilhield. En daar is ie. Wat schilders ook probeerden, ze kregen hem nooit echt te pakken. Omdat werkelijkheid het altijd won van de fictie? Je kunt ook zeggen dat schilders probeerden de essentie weer te geven, door de keus van juist dat ene dat stond voor het geheel.

 Zo kom je bij de abstractie. Maar de zeggingskracht van de foto-werkelijkheid is onweerstaanbaar. Steeds weer. Kijk naar Bonnards kiekjes, ga naar Gerard Fieret in het Haags fotomuseum.

 Wat een foto al niet kan zie je in de schilderkunst terug. In het afsnijden, het kadreren, het improviserend kiezen van ongewone standpunten. Het gebruiken van onscherpte en schaduw. Kortom in het verkleinen van de afstand tussen kunst en leven.