Net echt

 Het nieuwe nummer van Kunstschrift plaatste me voor onoplosbaarheden met zijn 'Hyperrealisme in de beeldhouwkust van 1400 tot nu'. Wat gebeurt er als kunst het oude ideaal van net echt verwezenlijkt?

 Ann-Sophie Lehmann vertelt van haar deelname aan een workshop moulages in Winterthur. Afgietsels van lichaamsdelen maken in was, met echte haartjes erin geplant. Zoals vanaf de 16de eeuw in gebruik was bij medische opleidingen. En nog steeds niet te overtreffen is door modern materiaal en techniek. In de universiteitskliniek van Zürich gebruiken ze het nog steeds.

 Ann-Sophie maakte een levensechte hand. Op de terugreis werd ze door veiligheidspersoneel uit de rij gehaald. Uit haar koffer kwam een zorgvuldig ingepakte voet. Wat was dit? Werk van een seriemoordenares? Voetfetisjisme? Pas toen ze kon uitleggen dat het om kunst ging mocht ze met haar derde voet het land uit.

 Wat mankeert er aan ‘net echt’ is de vraag waar je mee blijft zitten. Het is eng. Maar waarom? Waarom is Madame Tussaud griezelig?

 Je wilt, denk ik, de maker zien. Die met de afgebeelde werkelijkheid 'iets doet'. Al is het maar vergroten zoals Ron Mueck. Anders treedt het 'too close for comfort' in.

 De beeldhouwer Pygmalion tart dit gevaar en wordt beloond. Zijn ivoren Galatea leeft. Jammer, het zou slecht moeten aflopen. Mensen zijn geen goden. Daarom smelten de wassen beelden van Urs Fischer, die opbranden als reuzenkaarsen en dan ineenzakken

Tags: