Naar Modena

 Achter Barga de kronkelweg bergop. De strada provinciale 56. Almaar hoger. Het asfalt wordt kiezelgruis. Wijds uitzicht over de zonnige Apennijnen. Tenslotte eindigt de weg onder de toppen bij een vrien­delijk consumptietentje waar kinderen ijs krijgen en auto's geparkeerd staan bij een zitje.

 Toch lijkt de weg nog verder bergop te gaan. Ik vraag de vrolijke snoepverkoper waar die weg naartoe gaat. Hij lacht. 

 'Modena.' Dat moet een grap zijn. Modena ligt in de Po-vlakte, aan de andere kant van de Apennijnen. Toch nieuwsgierig geworden rijd ik verder omhoog en kom voorbij een steil bergpasje terecht op wat een heel oude weg moet zijn, uitgehouwen in de bergwand. Links berg, rechts ravijn. Mijn vriendin kijkt bezorgd.

 Maar het is een weg en ik rij verder, in de eerste versnelling, dat wel. Na de eerste bocht blijkt dat een onomkeerbare bes­lissing. Er is geen terug meer. Draaien kun je hier niet. Dus verder. En af en toe uitstappen om grote gevallen rotsblokken in het ravijn te kieperen.

 We vinden een oeroud hectometerpaaltje. Raken steeds verder van de bewoo­nde wereld. Het enige wat daar nog aan herinnert zijn kromgetrokken kartonnen bordjes DIVIETO LA CACCIA. Maar ik vind zelfs geen patroonh­ulzen. Mijn grootste zorg is dat de weg ergens geheel ingestort zal blijken. Dan moeten we de auto laten staan en te voet terug. Stapvoets rij ik verder. Wanneer zal deze weg eens omlaag gaan? Het wordt al donker. De benzine raakt op.

 Eindelijk verandert het plaveisel in restanten van een kasseienweg. Die vol gaten opeens steil bergaf gaat. En dan. Dan is er asfalt. Waar we vandaan kwamen zegt een bord, was de Strada del Duca. Welke graaf, wanneer liet deze weg aanleggen?

 Maar nu? Linksaf? Rechtsaf? Geen idee. Ik rij maar wat tot er een man met een tractor staat. Die ik vraag waar we zijn. Vreemde vraag, Hij wijst en zegt Abetone. We zijn de oude grens tussen Toscane en Emilia overgestoken. Over een 18de-eeuwse weg, blijkt later. Die nacht doe ik alles opnieuw. En weer.