Maria en de duif

 Gisteren, bij het werk van Pieter Pourbus in Gouda stootte ik weer op het Maria-probleem. Maria is saai, wat moet een vrouw die Gods zoon voortbrengt anders dan zich houden aan de regel 'Sois belle et tais-toi'.

 Ze krijgt in het Bijbelverhaal zo goed als niks te doen. Op een ezeltje zitten, zich laten feliciteren door de drie koningen en tenslotte haar dode zoon bewenen.

 Haar enige werkelijk dramatische moment is dat van de verkondiging. Het zal je maar gebeuren. Er staat en een engel in de kamer en er vliegt een duif op je af met de boodschap: je bent zwanger van God. Wat voor gezicht moet een dorpsmeisje daarbij trekken?

 Pieter Pourbus laat het interieur het werk doen. Maria - die nergens op gerekend had - draagt haar daagse goed, zonder opschik. En wordt opgeschrikt uit het lezen. Wat leest ze? De bijbel? Maar onder haar leestafel ontvouwt zich een prachtig lijnenspel van de plooien van haar jurk, het kleedje over haar lezenaar, die op een katheder staat met een kleed erover dat in schitterende plooien afhangt. Dit alles uitgerekend naast haar bedstee, wat iets aanduidt, maar wat?  Het moet toch wel iets zijn van wat voorafging aan deze wonderbaarlijke zwangerschap.

 En dan zijn daar de engel en de duif die van boven komt, en ze heft haar handen. Geschrokken? Vreemd genoeg hangt een drieluik met Adam en Eva aan de wand. En minstens zo vreemd, in het midden, een wel erg opzichtige vaas met dure bloemen erin die wijzen op ja wat? Een bos bloemen van de vader?