Liegen

 Mijn eerste leugen weet ik nog goed. Ik zat, in Zutphen, met twee buurjongens op de stoep van het ouderlijke huis in de zon en had wat mijn vader afkeurend genoemd zou hebben 'het hoogste woord'. Het verhaal waarin ik me verstrikt had was dat ik een bootje had.

 Een bootje dat in het Twentekanaal lag. Ik zag het duidelijk liggen, aan de diepe oever. Met dat bootje zouden we gaan varen, zei ik. Henkie van Griethuizen onderbrak me ruw. 'Je liegt,' zei hij, 'je hebt helemaal geen bootje.'

 Nog voel ik hoe mijn hoofd warm werd toen ik uit mijn verhaal viel. Het was waar. Er was geen bootje. De jongens stapten maar weer eens op.

 Het nieuwe nummer van de Revisor gaat over liegen. Verzwijgen, fictie, zelfbedrog zoals het mijne. Mischa Andriessen haalt Baudelaire aan met: 'De grootste truc van de duivel was te doen geloven dat hij niet bestaat.'

 Schrijven is zoals men zegt 'de waarheid liegen'. Maar Andriessen schrijft: 'Doen geloven, daar draait het om voor mij en de boeken die ik het hardste afval falen daarin.'

 Zoals ik met mijn verzonnen bootje.

 En hij besluit: 'Zijnde niet gelovig opgevoed, moest ik opzoeken welke plaats de leugen tussen de zeven hoofdzonden heeft. Toen bleek dat traag zijn uit den boze, maar liegen niet zo'n dwaling is.'