Koortsbordeel

 Koortslezen. En dan proberen iets te schrijven. Wat er gebeurt is lezen en schrijven tegelijk. Het koortshoofd zit vol slaap, maar resten plichtsbesef roeren zich. Wat er gebeurt is dit: ik probeer Het doodgezegde park van Willem Brakman te lezen, maar ik ga met het boek op de loop en tegelijk gaat het boek met mij op de loop.

 Af en toe zak ik weg en droom Willem verder. Maar na verloop van tijd denk ik, nee dit staat er in z'n boek helemaal niet, dit zou Brakman nooit zo schrijven. dat verzin je maar. Ik m'n  ben ik in z’n verhaal linksaf geslagen. Maar waaf? Ik sta in een enorme parkeergarage in een onbekende stad, misschien Brussel. Willem zou hier nooit inrijden. En ik kan m’n auto nergens terugvinden.

 Brakman is een schrijver die droomschrijft, schrijfdroomt. Van droom naar boek is maar ’n stapje. De hoofdfiguur is bezig samen met mevrouw van Reyne een chic bordeel op te zetten.

 Hoe moet het fond zijn? Een soort bloementuin: 

 ‘Vanuit de hal gaat een trap naar boven, de trap van de zevende hemel: crèmekleurige wand, dik tapijt op de treden, zware koperen leuning, die rond moet zijn en voelbaar massief.’ Waarom?

 ‘Om het fluïdum der vele handen die daar overheen hebben gestreken, een baaierd van kneepjes en strelingen om een dreunende stang, we gekruld, maar zeer erect de tuin verbindt met alle mogelijkheden die zich aftekenen als men zo’n trap beklimt. Ik stel voor dat een nonachtige dame boven aan de trap na en kleine reverence fluistert: “heeft meneer de keuze al gemaakt?’’

 Maar goed typen kan ik nu niet. En mijn kop erbij houden ook niet.

Tags: