Karel Capek in Holland

 De 'Prenten van Holland' die de Tsjech Karel Capek in 1932 schreef - met zijn tekeningen - zijn er weer. Kees Mercks vertaalde ze in 2009 voor uitgeverij Voetnoot. En, o wonder, wat Capek beschrijft is Holland van een gisteren dat zo dichtbij komt dat je de brugleuningen, de handvaten van de fietsen voelt.

 En daarbij lukt hem wat onze politici en columnisten van nu steeds zo vergeefs proberen. Hij vertelt in mensentaal wat de volks­aard van de Hollanders is en waar die vandaan kwam.   

 Wat deed en doet het water met ons? Het spiegelt en verdubbelt alles. De fiets is dat hoogst individuele, en tegelijk zo nivellerende voertuig. En zo door. Op zondag ziet hij de 'democratische zee' met het strand dat van iedereen is. En dan die bloemen overal.

 In dit kleine land is men kleinbehuisd en hebben de schilders zich op het binnenhuisje gestort. Vaak geschilderd vanuit 'buikperspectief'. Capek denkt dat ze zittend schilderden - zonder ezel - om zo dicht mogelijk bij hun onderwerpen te zijn.

 Een heel ware zin: 'In Holland worden geen huizen gebouwd maar straten.'

 Capek bezingt Vermeer en 'die lichtende waar­digheid en intieme wijding van een gezellige woning die geurt naar strijkwerk, zeep en vrouwelijkheid.'