Hemelvaart

 Hoe kom ik in de hemel? En dan, wat vind ik daar? Wat schilders en schrijvers ook probee­rden, tot een geloofwaardige voorstelling van de hemel kwamen ze nooit. Het gaat ook, denk ik, om het streven. Opwaarts. Japie en de bonenstaak is daarvoor een mooiere metafoor dan alle torens van Babel waaraan een kind kan zien dat ze naar boven toe steeds smaller worden en de hemel nooit zullen bereiken, al steken ze hun kop nog zo in de wolken.

 De Jakobsladder komt uit Genesis 28:10‑22, waarin Jakob onder de open hemel in slaap valt en droomt van een ladder die tot in de hemel reikt, waarlangs engelen -  boodschappers - afdalen en opstijgen.­ Boven aan de ladder staat God, die zegt: "Het land waar je nu ligt, zal Ik aan jou en aan je familie na jou geven.'

 Daar begint het gedonder.

 Over de hemel zelf zegt de Bijbel zo goed als niets. Wat weerkeert is het idee van de wenteltrap, zoals bij William Blake, die hem in 1805 vol mooie vrouwen zette. Van de hel kunnen schilders van alles verzinnen, maar verder dan hemelse engelenzang komen zelfs de broers Van Eyk niet. God zit er op een troon. Men zingt en musiceert en dat is het. Hemelvaartsdag blijft een lege dag.

Tags: