Dorpsgek

 Hier zou ik graag met Wim Brands over hebben gepraat. In de dorpen waar wij woonden had je ze. In Eerbeek heette hij Gait, zoals ze daar Gerrit uitspreken. Gait bracht kranten rond. Oude kranten.

 Kranten moesten bezorgd worden, in brievenbussen geduwd, huis aan huis. De mensen in Eerbeek begrepen dat en gaven Gait stapels oude kranten. Een krant moest dagelijks in een brievenbus vallen, dat het klepperde en dat je hem op de mat hoorde vallen. De datum deed er niet toe, of ze gelezen werden even­min.

 Hij werd vriendelijk gegroet: 'Moi Gait'.

 Eerder, in de stad Zutphen, waar ik zes jeugdjaren woonde en Wim later schoolging, zag ik aan de Ijsselkade de mon­gool die Harmen hee­tte. Hij hoorde bij de stoomtram die daar na de oorlog nog korte tijd reed.

 De mannen van de tram naar Deventer hadden hem een pet gegeven en een koperen toetertje, om te helpen bij het rangeren. Hij was er alle dagen druk mee in de weer. Harmen hoorde bij de stoomtram.

 Tot ik op een ochtend op de kade kwam en de tram verdwenen was. Opgeheven. Lege rails, de mannen waren verdwenen. Alleen Harmen liep er nog rond, met z'n pet. 

Tags: