Bubbles

 Bubble, het nieuwe, veelzeggende woord. Niet een zeepbel die je blaast, maar eentje waar je in zit, in leeft. Die jouw wereld is. Zou je een zeepbel kun­nen blazen en er tegelijk in kunnen plaatsnemen? Een zeepbel zo groot als de wereld?

 Van de ene zeepbel overstappen naar de volgende is helaas onmogelijk. Ze zouden allebei knappen. Je kunt mekaar uit de verte groeten, of vuisten ballen, meer niet.

 Vroeger heette het verschijnsel paranoia. Je leefde in een waan, in een zelfbedachte, andere wereld dan de gangbare. Je was ziek. Nu heeft iedereen recht op zijn eigen bubble.

 Die van de Amerikaanse president is als die van de keizers en pausen van vroeger, alles is er van goud. Die van de Noord-Koreaanse machthebber is meer ontleend aan 19de-eeuwse Europese vorsten. Een kring van b­uigende onderdanen, strak in het gelid, in uniformen met rijen decoraties, zoals 19de-eeuwse Europese mach­thebbers ze hadden. 

 De metafoor is mooi, ook omdat iedereen weet dat zeepbellen vroeg of laat zullen knappen. Vooral als ze zo groot groeien dat de wanden te dun worden. Er hoeft maar een windje op te steken.