Witloof in China

Deze steendruk komt uit Mechelen en maakte deel uit van een groenten-catalogus uit 1875. Er staat 'Chicoree a grosse racine de Bruxel­les’. En dan 'Witloof'. Het is een gesigneerde ‘chromo litho’, gedrukt door de firma Hoste in Gand (Gent)

 Kunst en groenten. De sexy tomaten in plastic van Ina van Zyl heugen me.

 En wat ik me nu ook herinner is de onderneming van de neef van Pay-Uun Hiu, een uit Limburg afkomstige Chinees die voor het eerst van zijn leven in China aangekomen ontdekte dat er daar geen witlof te koop was.

 Hij ontwikkelde een groots plan om het te gaan telen in China. Maar hoe witlof daar aan de man te brengen? De sleutel bleek gezondheid. Chinezen zijn ervan bezeten. En zo werd witlof aan de man gebracht als een geneesmiddel tegen vele kwalen. Van nierstenen tot hartfalen.

 Het werkte. Ik zag foto’s van de plantage. De neef van Pay-Uun werd erg rijk. 

Tags: 

Amerika binnen

 Het is onmenselijk heel kleine kinderen van hun ouders te scheiden, die proberen de VS binnen te komen. Dat dan niet. Maar hoe wel? Hoe zullen die verhalen verder gaan? Worden de gezinnen als geheel worden afgewezen en uitgezet? Hoe anders de immigratie-praktijk is les je in 'Tell me how it ends' van Valeria Luiselli, die als tolk bij de immigratiedienst in New York werkte.

 Ouders zijn er vaak niet meer. Dood, verdwenen. Blijkt als Valeria gearresteerde jongeren zonder papieren ondervraagt. Ze zijn op zichzelf uit Nicaragua of Honduras gevlucht, op kosten vaak van een tante die al in de VS zit.

 'Tell me how it ends' heet haar boekje over haar ondervragingen en de wereld van de straatgangs waar de kids in terecht komen. Dat is wat haar gevraagd wordt. Vaak met de dood. Geen ontkomen aan, Je moet meedoen met de MS-13 of de Barrio 18, anders gaat je broertje eraan.

 Manu kwam met een smokkelaar ('coyote'), betaald door zijn tante. Een jongen kost 4.000 dollar een meisje 3.000. Van Honduras naar Guatemala per bus, dan naar de Mexicaanse grens, naar Arriaga en dan naar de Amerikaanse grens.

 En daar begint het pas. Ze krijgen allemaal te maken met de MS-13 of de Barrio 18, bendes die ook met elkaar in oorlog zijn. Meisjes worden eerst seksueel aangepakt of tot liefje gemaakt. Jongens krijgen te horen dat hun zusje, nichtje of vriendin verkracht zal worden als ze niet meedoen.

 Mevrouw Trump zou eens zo'n verhoor moeten meemaken.

Tussen de dingen

 Er is oneindig meer dan je kunt overzien. Die veelheid dwingt tot vereenvoudiging, denkt men. Een straat beschrijven moet in drie zinnen kunnen. Of twee. Zodra je die dwang achter je laat en je begeeft in het niemandsland tussen de rege­ls, dreigt het wegwuiven, het laat maar. Toch zijn er schrijvers en dichters die zich daar wagen. In dat weggewuifde land. Wetend dat er van alles huist. Probe­ren het ach laat toch maar tot leven te wekken. Met het risico zelf weggewuifd te worden. Zo'n dichter is de Vlam­ing Roland Jooris. Nieuwe bundel 'Bladergrond'. Alleen al in de titels van zijn gedichten. Zoals 'Tijdens':

 We koesteren het schrapen

het schuren

           het schrijven

In de war liggen de dingen

als tussen gedachten

verschoven

            op hun plaats

Het beschouwelijke

tast steeds dunner naar

vergankelijkheid

Alsof het nooit meer

voorbijgaat

            staat

een getalm voor

de deur

Nietzsches jeugddrama

 Toen de dertienjarige Fritz Nietszche in zijn gymnasiumjaren begon iets te schrijven als mem­oires was hij een al te keurig jongetje dat het beeld van zijn familie als onberispelijk burgergezin hoog wilde houden, al mankeerde er nogal wat aan.

 De strijd om te leren denken als jezelf en niet 'in naam van het sociaal gewenste' is nog niet begonnen. Godgelovig is Fritz tot en met en als zijn vader, de dominee in het doodstille dorp Röcken bij Lützen opeens sterft wordt die zowat heilig verklaard.

 En dan komt het tweede grote drama van zijn jeugd, de dood van zijn jongere broertje Jozef.

 Dat er een schrijver in hem stak met gevoel voor drama lees je in wat volgt. Het is 1848, in heel Europa woeden opstanden tegen het wettig gezag, echter niet bij Nietzsche op het dorp en thuis. Maar dan.

 'Plotseling werd mijn geliefde vader geestesziek.' Bidden helpt niet. 'Meerdere dokters spanden zich in de aard van zijn ziekte te doorgronden, maar vergeefs.' Een beroemde dokter uit Leipzig zag meteen waar de ziekte in school. 'Tot ons aller schrik hield hij het op hersenverweking, die weliswaar niet hopeloos was maar toch heel gevaarlijk. Op 26 juli 1849 komt zijn lieve moeder luid wenend binnen: 'Mijn lieve Ludwig is dood.'

 Kort na de plechtige begrafenis met veel klokgebeier en het lied 'Jesu meine Zuversicht' heeft Fritz een droom die hij met veel pathos noteert. Hij hoort weer dezelfde orgeltoon als bij de begrafenis en dan verheft zich plotseling een grafsteen waaruit zijn vader in stervenskleed omhoog komt met een klein kind in zijn armen. Dan verdwijnt hij weer in de diepte onder de grafsteen. De dag na deze nacht wordt broertje Jozef plotseling ziek, krijgt krampen en sterft binnen een paar uur.

 Het dode jongetje wordt bij zijn vader in het graf gelegd. Het is eind januari 1850.

 Wat hiervan waar is en wat overdreven valt niet goed na te gaan. Het komt uit 'Ich habe schon manches erfahren' de vroegste geschriften, uitgegeven door Kai Agthe.

Gabardine

 Gisteren werd het bezorgd. Anderhalve doos van drukkerij Mostert in Leiden. Met daarin honderd ex. van De gabardine regenjas. Eenentwintig korte verhalen met wat afbeeldingen, Tezamen een blik in mijn vroeger.

 Vooral over de vrouwen die mij wegwijs maakten in de wereld. En die ik allereerst leerde kennen door de kleren die ze droegen, hun geuren, de knopen aan hun jas. Tot de dag van vandaag.

 De meeste leven niet meer, vandaag nog zag ik het huis van tante Karin in Zutphen te koop staan.

 Wat niet betekent dat ze er niet meer zijn.

 In dit boek vind ik ze terug.

 Het is voor 15 euro te bestellen door een mailt naar de kleine uitgeverij Avanti. Mail naar yolnus@xs4all.nl

 En vergeet niet het adres te vermelden waar het boek heen moet.

Voetbal op IJsland

 Het is ver weg wat er op de Russische velden gebeurt. Het dichtst bij het voetbal dat ik ken komt het IJslandse elftal. Uit het land met 334.000 inwoners waar maar twee maanden per jaar gras groeit.

 Zij verplaatsen je naar het vierde veld van mijn club Quick Haag, waar ik bij het licht van een enkele lamp op een half veld de training meemaakte van de Luxemburger wiens naam ik nergens terugvind. Hij had in het nationale team van Luxem­burg gespeeld en schreeuwde ons steeds maar toe, half in het Duits: 'Sch­nel­leeer!

 Het eerste veld is dan niet ver en daar staat op zondag de legendarische stopperspil, de reus Jan Holtappel, bijgestaan door keeper Thijs Duran (‘Thijs!’) en linksback Lo Pauli (‘Lodewijk!’). Holtappel kopt alle voorzetten weg. Wij jongens fluisterden: 'Hij heeft een baksteen in z'n voorhoofd.'. En dan lees ik nu in de krant dat koppen niet gezond is

 Als het veld tenminste niet is afgekeurd door de KNVB-consul, wat je kunt gaan lezen achter het raam van de sigarenzaak op het Valkenboschplein, naast De Sierkan.

 Cor Gout kent de hele opstelling van Quick nog van buiten. Jan ten Hoopen midvoor, Dick Duson linksbuiten.

 En dan zijn er mensen die niet begrijpen wat dezer dagen zoveel volk naar de schermen en de velden drijft.  

De Gabardine regenjas

 Morgen of overmorgen komt de DHL de honderd genummerde exemplaren van mijn boek 'De gabardine regenjas' bezorgen, met 21 korte verhalen en wat foto's van mijn vroeger, in Steenwijk, Zutphen, Eerbeek, Den Haag, Amsterdam tenslotte.

 Mijn familie werd na mei 1940 uit Den Haag - Kijkduin, het Statenkwartier - verdreven toen de Duitsers hun Atlantikwall aanlegden en hele wijken afbraken. Ze kwamen terecht in het Oosten des lands, zodat ik in Steenwijk geboren werd en in Zutphen opgroeide.

 In deze verhalen komen de vrouwen en meisjes naar voren die me de wereld  leerden kennen. Ze leven niet meer. Wat niet betekent dat ze er niet meer zijn.

 Ik ga op zoek en vind ze terug, de een na de ander.

Het boek kost 15 euro, telt honderd pagina's en komt uit bij de kleine uitgever Avanti. Het kan besteld worden door een mailtje te sturen met naam en adres van de besteller aan uitgeverij Avanti yolnus@xs4all.nl  Die stuurt dan een mail terug met het banknummer waar de 15 euro heen moet en stuurt het boek op.

Krijt

 Er ligt zelfs een echte bordenwisser in een vitrine in de Amersfoortse Kunsthal Kade. Modernste soort. Zou er nog steeds met krijt op borden worden geschreven? Geleerden zijn er nooit mee opgehouden hun gedachtestroom en formules met krijt op schoolborden te noter­en. Krijt is behalve met kunst ook onverbrekelijk verbonden met onderwijs en wetenschap. Er is zelfs een Einstein Project in Kade. Ook Jozef Beuys werkte graag met krijt.

 Ook op mijn scholen werkte men nog met 'pijpjes' krijt. Als beloning voor goed gedrag mocht ik soms aan het eind van de schooldag de spons in de emmer dopen en het bord aflappen.

 Als je dat de volgende dag terugzag was het niet meer glimmend zwart, maar een kunstig opgedroogd patroon. Tacita Dean gebruikte dat, zie eerder op Avondlog.

 Wat er waar is van het verhaal dat Vincent van Gogh in Parijs altijd met een paar krijtjes in z'n broekzak rondliep en dat ze op de adressen waar hij langs dreigde te komen op den duur als voorzorg vellen papier aan de wand prikten, omdat Vincent gewend was zijn ideeën instant te illustreren op het behang, dat weet ik niet.

 Kade heeft ook kunstenaars van nu gevraagd om werk in krijt. Marcel van Eeden in wit krijt krijg je dan.

 Erg mooi zijn de in krijt 'stop motion' geanimeerde 'film noir' scenes van Nemanja Nicolic, met veel Humphrey Bogart. Toepasselijk 'Double Noir' geheten (2016),

 Tot slot een merkwaardig toeval. Juist heb ik de laatste hand gelegd aan een bundel met 21 verhalen die De gabardine regenjas heet, en volgende week verschijnt. En kijk, vanmiddag zag ik 'Large raincoat drawing III (1988, krijt en inkt op textiel) van Juan Munoz. Jawel, gabardine.

Rechtvaardige rechters?

 Eens in de paar jaar gonst Vlaanderen van geruchten over het terugvinden van 'Rechtvaardige rechters', het luik van het Lam Gods van de gebroeders van Eyk, dat in 1934 werd gestolen uit de Gentse Sint Baafskathedraal.

 Op een dag zal het teruggevonden worden door Lambik, Sidonie, Jerom en Suske en Wiske. Maar nu al is er een nieuwe plaats aangewezen waar het verstopt zou zijn: de Kalandeberg, op een boogscheut afstand van de Sint Baaf. Marc De Bel schreef een jeugdboek waarin hij het ernstig uitlegt. En jawel, het gerechtelijk parket neemt dit ‘denkspoor' ernstig, zegt burgemeester Daniel Termont.

 In 1932, twee jaar voor de diefstal waren er op de Kalandeberg rioleringswerken. Men stuitte op een onderaardse koker of gang van ongeveer 80 centimeter breed en 155 centimeter hoog. Ideaal om een paneel van 55 centimeter breed en 149 centimeter hoog in te verbergen.

 De belangrijkste verdachte voor de diefstal zou die gang hebben gekend. Hij passeerde er elke vrijdagmiddag op weg naar zijn stamcafé. Na zijn dood werden in zijn huis twee sleutels gevonden. Een van de kerk waar hij koster was. Maar het slot waar de tweede sleutel in paste, is nooit gevonden. Volgens de auteurs is die sleutel van de toegang tot de ondergrondse gang.

 Termont: 'Het gerecht zal de nodige stappen doen, het is niet de bedoeling dat mensen zelf met schop en spade naar de Kalandeberg trekken.'

 Er is sinds 1934 al veel geboord en gespit in Gent. Er zijn honderden theorieën ontwikkeld.e Kalandeberg met z'n dure winkels openleggen zou nogal ingrijpend worden. Een hardnekkig gerucht wil trouwens dat het paneel al jaren bij een Gentse familie thuis aan de muur hangt.

 Ik wacht op Lambik en Jerom.

Tags: 

Pijnbomenbos

 Toen tante Jo voor het eerst van haar leven in het bos was geweest en gevraagd werd hoe ze het gevonden had zei ze 'Mooi, maar wel een beetje slordig'. Bij navraag bleek ze zich te hebben geërgerd aan de rondslingerende dennenappels en dode takken.

 In 'Het zakboekje van het pijnbomenbos' van Francis Ponge (1899-1988), die ook wel de dichter van de dingen werd  genoemd, wordt het bos van zoveel kanten, bij zoveel weer en in alle seizoenen bekeken dat naar een zekere volledigheid wordt gestreefd.

 Op 12 augustus 1940 schrijft Ponge: 'Eindeloos veel gezichtshoeken en zigzagbewegingen maken het pijnbomenbos tot een stuk natuur dat geschikter is dan wat ook  voor de rust en de bezinning van de mensen.

 Geen geritsel van bladeren. Maar er liggen zoveel dunne naalden tegen zowel de wind als het licht geschikt dat het temperend werkt, tot een bijna volledige opheffing, een wegvallen van de aanvallende eigenschappen van de elementen, en het intense geuren vrij laat komen. Het licht en ook de wind worden gedempt, gefilterd, geremd, omgezet in iets milds en, bij wijze van spreken, goedaardigs. Terwijl de stammen van de bomen volkomen onbeweeglijk staan, worden de kruinen alleen maar wat gewiegd...'.

 En even eerder: Je voelt je heel aangenaam daaronder, terwijl in de kronen iets heel harmonisch en muzikaals gaande is, iets heel zacht vibrerends.'

(vertaald door Christian Hendrikx, uitgegeven door Koppernik)

Tags: