Eilanden

 Eindelijk verzonken in 'Wormen en engelen' van Maarten van der Graaf. En ontdekt dat hij van Goeree-Overflakkee komt. Of 'Flakkee' zoals ze in de Zeeuwse tak van mijn familie zeiden. Geen Zeeland, geen Zuid-Holland, er tussenin.

 Ik herken het geloof dat ik daar leerde kennen. Nadat Willem, de zoon van mijn verre oom Kees op het eiland van Dordrecht was doodgeschoten door de Duitsers is dijkgraaf Kees nooit meer naar de kerk in Tholen geweest. Onze Lieve Heer had zich niet aan de afspraak gehouden, zei hij tegen de dominee.

 Ook bij Maarten van der Graaf veel over dijken. Ik hoor Oom Kees zeggen 'd'n diek'. Oom Kees, die scheef liep, zoals ze zeiden 'als 'n krabbe'.

 De hoofdpersoon fietst naar het dorp dat Stad aan 't Haringvliet' heet. 'Dan zal ik ons huis binnenlopen, waarna de ontvangst volgt; de bewegingen de dingen die we zullen zeggen, omdat we dat zo doen. Met mijn moeder praat ik Flakkees. Al ik bij mijn vader ben schakelen we over naar Nederlands. Ik weet niet waarom we dat doen, maar we kunnen het dialect allebei zo goed verbergen. Dit huis van mijn moeder maakt een motoriek en een manier van praten in me wakker die ik nergens anders bezit, het gaat om hoe de woorden proeven, welk gewicht ze hebben.'

 En dan gaat het verder over de: 'Mensen die op 'het witte eiland' wonen, de bijnaam die drugsgebruik en -handel Flakkee  bezorgde. Mensen die Jezus afzweren en harddrugs vinden. Mensen die harddrugs afzweren en Jezus vinden. Mensen die Jezus en harddrugs combineren.' 

 God is nooit ver weg. Ik lees voort.

Colette

 De geluiden van een stille zomerdag, in een villawijk in Parijs: Passy, Auteuil. En dan voetstappen, 'Passen die haast als een lied klinken.' Beschreven in de bedachtzame precieze stijl van Colette (1873-1954). 'Kwieke, kordate en dansende passen.' En de vraag. 'Wie danst er zo vrolijk tijdens een wandeling?' 

 In de tekstenbundel 'De eerste keer dat ik mijn hoed verloor', het 'zelfportret in verhalen' dat Kiki Coumans van haar samenstelde en vertaalde leer je Colette kennen als waarneemster, schrijfster, maar ook journaliste - ze was tijdens de grote oorlog meermalen in Verdun en schreef erover - maar oog voor detail blijft haar gids en maakt dat je haar blijft volgen op al haar schreden. Wie komt daar aangelopen in Passy? 'Een jongeman? Nee, de hak draagt nauwelijks gewicht.'

 'Ik bereikte tegelijk met de opgewonden passen de hoek van de straat, en daar zag ik ineens een jonge weduwe voor me, een donkerharige schone met een haarband van witte crêpe om haar voorhoofd en wangen. De rouwkleding die ze droeg - een lange zwarte, naar achteren geslagen voile, een kasjmieren jurk en suède handschoenen - was gloednieuw en nog stijf, met de onpersoonlijke vouwen van een pasgekocht kledingstuk. Onder dit zwart, dat in de felle zon blauwig werd, liep de jonge vrouw als een in draperieën gehulde overwinning, en met een driftige hoofdbeweging schudde ze haar voile als een rasmerrie met wapperende linten. Er straalde zo'n onmiskenbaar geluk van haar af dat ze even haar pas inhield toen ze de weerschijn daarvan op mijn gezicht zag...(,..)

 (uit: 'Stille getuigen', 1923)

Broek

 Waar de spijkerbroek vandaan komt weet iedereen, van de goudzoekers die hun broekzakken vol goud verstevigden met ijzeren nagels. Maar waar komt de nauwsluitende variant vandaan die nu het straatbeeld beheerst.

 'Stretch is het woord'. Ik lees over de Franse revolutie, toen heel de Franse modescene naar Engeland vluchtte, ook trendsettende tijdsch­riften als de The gallery of fashion van Nicol­aus Wilhelm von Heideloff (vanaf 1794).

  De revolutie vaagde de korsetten weg, De empirestijl bracht mousseline - uit Engelse koloniën geïmporteerd. Het lijf was -  sinds de oudheid - terug.

  Maar wat toen bijna ongemerkt verdween was de mannenmode uit de Lodewijken-tijd. Weg de pruiken, borduursels en maillots.

  Wat overbleef in Engeland was de - aan de jacht ontleende - nauwsluitende bukskin - kalfslederen - broek a la Beau Brummell. Waarbij je nu blijft denken waar lieten ze hun geslacht, links- of rechtsdragend?

  De uitvinding van de gulp liet op zich wachten. Niet echt een verbetering. Welke man opent zijn gulp om te pissen? Onhandig blijft het.

De trede

 In de trap van het Zutphense Luxor Theater zit een kapotte tree. Fotograaf Fran van der Hoeven zag het en vroeg naar mijn hernia, en ja, het was lastig beklimmen daar. Hem deed die tree onmiddellijk denken aan Kuifje en De juwelen van Castafiore waarin precies zo'n tree een sleutelrol vervult.

 De tree - le marche - komt steeds weer in beeld waardoor de spanning opbouwt. Iedereen valt er een keer over, of bijna, Nestor als eerste. Je wacht op de volgende val. Meneer Bollemans - in het Frans M. Boullu - zal de tree komen repareren, maar dat schiet niet op. Volgen legendarische plaatjes van meneer Bollemans die z'n krantje leest en zich afvraagt waar de mensen zich zo druk om maken.

 Haddock belandt in een rolstoel.

 Meesterlijk is de Nederlandse vertaling van Bob de Moor - ik heb de hele equipe ontmoet aan de Avenue Louise 162.

 Bij Hergé zie je hoe uit een kapotte traptrede binnen 62 pagina's eerst een running gag en vervolgens een strijd met het noodlot kan ontstaan.

 Wat gebeurt er? Meneer Bollemans komt nog even terug naar Molensloot om te zeggen dat de cement onder de nieuwe tree nog nat is. Te laat.

 Hoeveel valpartijen de traptree van Luxor al heeft opgeleverd is onbekend.

Tags: 

Boot

 Vanmiddag was ik weer terug in Zutphen en zag dat de uiterwaarden van de IJssel onder stonden. Een gezicht waarmee ik daar ben opgegroeid. Je zag de spoordijk vanaf de Deventerweg in de verte liggen, in het water.

 Elke winter liep het daar onder en ontstond een watervlakte zover het oog reik­te, tot ver achter het spoor.

 De oorlogsverhalen van mijn moeder waren om te duizelen. Eens was op de spoordijk een kolentrein gebombardeerd door Engelse vlieg­tuigen. En heel de buurt was naar het spoor getrokken met emmertjes, ook zij kwam thuis met emmertjes kolen.

 Maar de grote gebeurtenis was het bombardement van een munitiet­rein, die tot bij ons in de straat huizen hun dak af blies.

 Op een winterse dag dat de Mars weer onder water was gelopen stonden wij kin­deren te staren naar de spoordijk in de verte.

 Er lag daar een roeiboot met een stuk touw eraan. Zo te zien van niemand. En ik, net vijf jaar oud, klom erin. Nooit ee­rder had ik gevaren. Nu zou het gebeuren. Ik zette af en dreef steeds verder de plas op. Zou ik de spoor­dijk bereiken? Extatisch zwaaide ik naar de achterblij­vers. Maar er ontstond onrust aan de wallekant.

 En niet veel later kwam mijn moeder aangesneld die door het heuphoge water naar me toe waadde vroeg ik nou helemaal was geworden – zo sprak ze - en het bootje naar land sjorde.

Tags: 

Film in Zutphen

 In Zutphen sta ik morgen weer. Voor mij altijd nog de kapotte stad aan de rivier. Het met planken afgetimmerde, gebombardeerde station, de nog maar net herstelde IJsselbrug. Waarlangs, tussen de rijweg en het spoor, het smalle voetpad loopt waarover ik als vijfjarige durfde gaan, alleen.

 Het planken pad, tussen de spoorbrug en de weg; duizelingwekkend het water te zien stromen in de diepte.

 Dan keer ik om en loop terug naar de IJsselka­de, waar de stoomtram reed. Daar was de mongool die ik kende, Harm. De mannen van de tram hadden hem een spoorpet gegeven en een koperen toeter, zogenaamd om te helpen bij het rangeren. Hij was er alle dagen druk mee. Tot op een ochtend de trams verdwenen waren. Lege rails, geen mannen meer. Harm doolde over de verlaten sporen. Achter het station maakte de machinefabriek van Reesink z'n gierende geluiden.

 Ook die is verdwenen. 

 De LUXOR-bioscoop op de markt, waar ik als kind nooit in geweest ben, is er nog. Het kunstig betegeld paleis waar ik niet op uitgekeken raakte en waar mijn uitverkoren film 'In the mood for love' morgenmiddag vertoond wordt. Met toelichting, o ja.

Tags: 

In the mood for love

 Hoe ik zondag op 15.00 uur in de historische Zuphense Luxor-bioscoop aan de Houtmarkt zal aanlanden weet ik nog niet. Ik zal een verhaal vertellen over mijn lievelingsfilm: In the mood for love van Wong Kar-wai uit Hongkong. Die daarna vertoond zal wor­den.

 Ik mag vooraf niets verklappen. Moeilijk genoeg. De hele film is een verleiding dat wel te doen. De extreem elegante zijden Shanghai dresses die Maggie Cheung draagt doen niet anders van de verlegen sigaretten rokende, piekfijn geklede buurman Tony Leung in het afgetrapte appartementencomplex aan de steeg in verzoeking brengen. Maar het kan niet en mag niet. Of het ook niet zal, blijft bewaard in de nevelen van wat 'toenadering' heet. In gewisselde blikken waarvan altijd een terug is.

 Liefde die zo opbouwt tot ondraaglijke spanning - en dat tot in het oneindige - is misschien het hoogst bereikbare, suggereert Wong.

 De avondkleuren bij lamplicht, de inrichting van de interieurs, de regenval, de schrijfmachines en vooral de Shanghai dresses van Maggie Cheung scheppen een volmaakte kleine wereld, waarin zij en hij eigenlijk altijd willen blijven. En de filmkijker ook.  

Tags: 

Thierry Poncelet 2

 De hondenschilderijen van Thierry Poncelet blijken een ideaal grieponderwerp. Ben Joosten wees me op zijn illustere voorganger de Amerikaan Cassius Coolidge, bekend van zijn wereldwijd verspreide kaartende honden. Weliswaar een mindere schilder. Poncelet is een meester in gezichtsuitdrukkingen.

 Poncelet had na veel aandringen in december 2015 - toen 69 jaar oud - een allerlaatste tentoonstelling in de WM Gallery in Antwerpen van Patrick Declerck, met 26 nooit eerder vertoonde schilderijen, deels voor de gelegenheid gemaakt. Fans van hem waren en zijn oa. Johnny Halliday en Farah Diba.

 Zijn werkwijze: hij zoekt achttiende‑ en negentiende‑eeuwse portretschilderijen op veilingen, in antiekwinkels en bij publieke verkopen, verwijdert minutieus het menselijk gezicht en vervangt dat door een hondenkop. Hij zegt: 'Mijn hondenportretten combineren mijn favoriete twee zaken in de wereld: antieke schilderijen die ik verzamel, en honden', zegt hij. Hij trok zich sindsdien terug in anonimiteit, in zijn huis in Monaco, waar hij rustig blijft schilderen zonder de intentie om het ooit nog aan het publiek te tonen.

 Bijzonderheden: Hij werd geboren in Brussel, in 1946 en groeide op in Manche en Famenne. Zijn grootmoeder, een bekende portretschilderes moedigde hem aan.

 Hij studeerde wat aan de academie St. Luc, maar is autodidact, al werkte hij als restaurateur. Zijn favoriete vrije tijdsbesteding is het uitlaten van zijn hond.

Thierry Poncelet

 Steeds weer stuit ik op dingen die ik Rudy Kousbroek had willen vragen. Al jaren ontmoet ik de honden van Thierry Poncelet, in borduurwinkels of zaken waar je modellen voor de Nachtwacht in kruissteekjes kunt kopen. En blijf naar ze kijken. Wat helemaal niet kan want het is smakeloze kitsch.

 De honden achtervolgen me al jaren, in Brugge is zo'n zaak.

 Waarom Rudy? Onze vriendschap begon bij andere honden. De zingen de honden van Don Charles, waarvan ik het grammofoonplaatje had.

Rudy schreef over ze in vrij Nederland. En vroeg zich af waarom hun ‘Oh Susannah' hem de tranen in ogen deden springen.

 Ik kon hem uitleggen hoe het wonder ontstaan was, het knippen van geluidsband met blafjes in bepaalde toonhoogten. Orkestje erac­hter. 'Kan wel zijn,' zei Rudy, natuurlijk is het smakeloze kitsch, maar het ontroert me steeds weer. Het wonder bleef onaangetast.

 Maar naar de honden van Poncelet vroeg ik hem nooit.

 Een Belg uit Wallonië, het kan geen toeval zijn. Magritte kijkt over je schouder.  

 Er gebeurt iets. Wat? De honden worden mensen, niet ander­som. Alsof ze met hun blikken doen wat honden van ons altijd moeten: wat wij van ze verlangen. Waarbij ze tegelijk iets achterhouden. ‘Nou vooruit omdat jij het zegt.’ Even ontsnappen aan de hondsheid. 

 Poncelet is stiekem wereldberoemd. Maar mensenschuw, woont in Monaco en is in de 70.  

Tags: 

Snuif

 Over koorts en hoest heb ik weinig gelezen. Denkelijk omdat wie koorts heeft en hoest niet schrijft. Het hoofd wil naar beneden, maar eenmaal neergelegd wordt de hoest dwingend, want die alleen kan de slijmprop verwijderen.

 Lijkt het, maar ben je de ene prop kwijt - na veel moeite er vat op te krijgen - dan lokt de vrijkomende ruimte in de luchtpijp de volgende uit. Zo word je een met het mechaniek van het strottenhoofd, je wordt je strottenhoofd. Tot er opeens rust intreedt. Weldadig, je kunt ademen, bevrijd van veel. De wereld heeft zich vergroot, je kunt zien, zelfs een waterglas vastpakken. De nies komt dan als een verademing. Opeens begrijp ik de 18de-eeuwers met hun snuifjes.

 Maar nu moet er weer gehoest worden. Dit is een koppig exemplaar dat zich terugtrekt maar niet echt verdwijnt.

 De driehoekige pepermuntjes doen goed, want van de antihoest Noscapect mag ik niet te veel. En de boel mag ook niet vastslaan. Hoe lang dit gaat duren? Dokter bellen? Mijn oudoom Joop Visser (we schelen een generatie maar zijn even oud) zei het bondig, twee weken zonder dokter, veertien dagen met.